28-08-06

Gemoedsrust - Deel 1

Een voorzichtige zonnestraal vond zijn weg tot op mijn lodderig oog. Ik trachtte m’n mond te openen maar klaarblijkelijk doen een dozijn ‘duivelse biertjes’ een mens zijn speeksel veranderen in hardnekkige Velpon. Zoals elke morgen sinds het voorval deed ik de test: ogen sluiten en… Nee, wederom voelde ik slechts een onverschilligheid ter grootte van Alaska. Sinds die fatale dag kende ik emotioneel enkel leegheid, het gevoel aan de rand van een onmetelijke woestijn te zijn gedropt en in een vlaag van tijdelijke zinsverbijstering de verkeerde kant te hebben gekozen…

Nu dat ook mijn andere oog besloten had wakker te worden, aanschouwde ik met deze tweeling de ravage van vorige nacht: wat ooit een foute maar nette zolderkamer was geweest, geleek momenteel eerder op de stortplaats van een gemeente waar bij verordening enkel rookwaren, diepvriesmaaltijden en sterke drank kan worden verkocht. Die verloren gelopen zonnestraal bleef me maar pesten maar mijn wraak was zoet. Die zonnestraal had zich hoogstwaarschijnlijk ook liever te pletter gestort in een bloeiende botanische tuin of –wanneer het een voyeuristische zonnestraal betrof- de badkamer van een bevallige deerne. In zulke gedachten vond ik troost: de wetenschap dat anderen er misschien zelfs nét iets slechter aan toe waren dan ik. Net nu er bijna een sarcastische glimlach op m’n grauwe lippen verscheen, weerklonk het hoogst irritante gepiep van een gsm in hoge nood.

“Inspecteur Beaufort, waar ben je?”…

Het antwoord bleef halverwege steken in mijn uitgedroogde keel.

“Inspecteur Beaufort?”…

“Jaja, commissaris Baetens,  ik spoed mezelve naar het bureel. Ik zou al die geneugten en blijdschap van het politionele ambt voor geen geld van de wereld willen missen! Wat schaft de moordpot heden te dage?” antwoordde ik lichtelijk sarcastisch.

“Beaufort, doe niet onnozel en meld je bij aankomst meteen bij m’n kantoor. Ik ben dat insubordinante gedrag van je meer dan beu. Ik begrijp dat het afgelopen jaar geen pretje voor je was, maar er is een tijd van treuren en een tijd van herpakken en ik denk dat de tijd van herpakken…”

“… is gekomen. Jaja, commissaris, ik kom eraan…”  

 

Op kantoor vergaste Grote Smurf me van op zijn troon op een onaangename verrassing. Een nieuwe, ergo onervaren kracht zou m’n ‘team’ komen versterken. Daar ik voorheen solo opereerde leek het woord ‘team’ me lichtelijk eufemistisch maar ik had me nauwelijks bij deze bedenkelijke woordkeuze neergelegd of ik zag met welke nietsnut ze me opzadelden. De jonge man presenteerde zich als agent Paul Vermeiren en keek me aan met een trouwe en hoogst naïeve blik die ik normaal enkel bij Fox Terriers met namen als Woody of Skippy tegenkwam.

Het leek overigens wel Kerstmis. Naast een nieuwe trouwe viervoeter verschafte Baetens me tevens een nieuwe moordzaak. Ik kon m’n geluk niet op, dat lijkt me evident…

 

Een aangeboren lichamelijke aversie voor introductiegesprekken was mijn deel, edoch naar een lijk staren met een volslagen vreemde leek me dan ook weer ongepast. Ik had vandaag nog niets gegeten en het mogelijke verlies leek me dus marginaal. Derhalve stak ik pront van wal….

“Beste Polleke, mijn naam voor u is ‘inspecteur’. Meer moet u eigenlijk niet weten voor de uitoefening van uw ambt. Maar voor het geval we via een ongelooflijk onwaarschijnlijk plot ooit in een variété show op de kutcommerciële televisie zouden terechtkomen alwaar we op leven en dood kennisvragen over elkaars leven dienen te beantwoorden, zal ik u derhalve enige informatie verschaffen: ik ben geboren als Arthur Beaufort, ben getrouwd in 1976, heb twee kinderen en twee jaar geleden zijn mijn vrouw en ik gescheiden wegens uit elkaar gegroeide interesses. Ik was geïnteresseerd in mooie, open wagens, zij in de edele delen van de snobistische welgestelde dokters die er doorgaans in rondrijden. Een interesse waarin ik me begrijperlijkerwijs moeilijk kon vinden…”

Eén fractie van een seconde werden mijn ogen vochtig bij het uitspreken van het banale telwoord ‘twee’. Agent Vermeiren stamelde, geschrokken door zulk een openheid van mijnentwege, enkele waarschijnlijk zeer interessante woorden over een jeugd op het platteland en een succesrijke carrière bij de politieacademie, maar ik luisterde al lang niet meer… Mijn aandacht werd volledig opgeëist door de foto van het slachtoffer van de moordzaak die me zonet door de commissaris was toebedeeld. De blauwe blik van het vermoorde meisje verdreef alle woorden, behalve ‘Elise’…

 

 

E.

11:48 Gepost door Jan en Alleman in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

Commentaren

amai, das verdomd spannend hoor!:)

Gepost door: Kim | 28-08-06

oei wat is me da allemaal. Spannend, zoals Kim het al zegt en... vreemd

Gepost door: steffie | 28-08-06

niets te vreemd, das gewoon het schrijftalent van mijne vent!:o)

Gepost door: Kim | 28-08-06

VET kimpie, zeg gerust tegen uwe vent dat hij schrijven kan!! zeg dat ik het ook gezegd heb. ;o)

Gepost door: tint | 28-08-06

;-) ik heb dat rpecies al gelezen ergens in een vlek van inkt...

Gepost door: lord cms | 29-08-06

oh... zou the lord vaak vlekken zien voor zijn spleetoogjes?

Gepost door: tint | 30-08-06

lieke insubordinante gedrag? wauw!

Gepost door: lieke | 01-09-06

zeg, waar blijft deel 2?

Gepost door: nelle en tint | 18-10-06

De commentaren zijn gesloten.